Er komt geen Vlaams platform voor digitaal leren. Arm Vlaanderen.

Note: opinion on education issues in Flanders, only available in Dutch.

Op woensdag 20 april 2010 hield de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) een debatavond over de vraag of Vlaanderen een pioniersrol wil vervullen als kennisregio met een gedigitaliseerd hoger onderwijs. Om die rol te vervullen is de oprichting van een Vlaams platform voor digitaal leren noodzakelijk. Vandaag is het echter ieder voor zich, wat leidt tot versnippering en weinig tot geen daadkracht.

Inhoudelijk was de debatavond gebaseerd op eerdere uitgaven van de KVAB, zijnde Standpunten nr. 34 en zijn voorganger Standpunten nr. 33. Over deze uitgaven schreef ik eerder al een uitgebreid opiniestuk. Als buitendlands goed voorbeeld gaf Paul Rullmann, voorzitter van de Stichting SURF, een presentatie over hoe Nederland als sinds 1987 (!) over een goed functionerende samenwerkingsorganisatie voor ICT-innovatie beschikt. Verder namen volgende sprekers deel:  Cis Van den Bogaert (VLIR en VLOR), Luc Vandeput (VLHORA), Piet Desmet (iMinds), Katie Goeman (Centrum voor Instructiepsychologie en -Technologie) en
Simon Van Damme (kabinet Minister Crevits).

Stichting Surf

Sinds 1987 heeft Nederland (met de Stichting SURF) een samenwerkingsorganisatie voor ICT-innovatie, die gefinancierd wordt door de overheid en de leden van haar Stichting. Concreet is SURF een coöperatie van universiteiten, hogescholen, universitaire medische centra, onderzoeksinstellingen, bibliotheken en mbo-instellingen (middelbaar beroepsonderwijs), die op hun beurt studenten, docenten en onderzoekers bedienen. In eerste instantie werd voornamelijk hardware gefaciliteerd, vandaag omvat de Stichting bijna het volledige onderwijs- en onderzoeksveld. Onderstaand organigram (bron) geeft mooi weer hoe het volledige onderwijsveld vertegenwoordigd is.

organogram-surf

Het belangrijkste advies dat Rullman meegaf over samenwerken en waar wij in Vlaanderen rekening moeten met houden, was wel dat “waar concurrentie overheerst, het ieder voor zich is”. Maw: de Nederlandse instellingen slagen er in om samen te werken op pre-competitief vlak, maar samen MOOCs ontwerpen of leermateriaal delen bijvoorbeeld, lukt ook in Nederland niet.

Is er een draagvlak voor een Vlaams platform?

Over deze vraag waren de vertegenwoordigers (VLIR, VLOR, VLOHRA) van de universiteiten en hogescholen zeer duidelijk: ja. Dat er een draagvlak is, werd door alle partijen al meermaals aan de minister verduidelijkt en meegedeeld.

Het kabinet van minister Crevits

De kabinetsmedewerker gaf aan dat de minister het niet als haar taak ziet om een Vlaams platform voor innovatie op te starten. Het is aan de onderwijsinstellingen zelf om dit te verwezenlijken. Prof Goeman repliceerde hierop dat “het nu toch wel duidelijk mag zijn, dat deze strategie niet werkt en ook in de toekomst niet zal werken”. Ze wees er ook op dat Pierre Dillenbourg, onze naar Zwitserland uitgewezen topwetenschapper, al bij de voorstelling van de uitgave Standpunten nr. 33 in 2014 aangaf dat het voor Vlaanderen “No time to lose” is.

De rol van iMinds

Enkele sprekers (waaronder iMinds zelf) lieten vallen dat iMinds de vanzelfsprekende partner is om een eventueel Vlaams platform te faciliteren. Vandaag is iMinds een door de Vlaamse overheid gesubsidieerd onderzoekscentrum (dat eind dit jaar zal opgaan in iMec), waarin enkel onderzoekers uit de 5 Vlaamse universiteiten deelnemen. Het spreekt voor zich dat een bestaand kenniscentrum gesponsord door de overheid kan, ja zelfs moet bijdragen. Ik heb wel mijn bedenkingen bij de plaats die iMinds vandaag al claimt/krijgt. In Nederland bepalen alle leden de thema’s waarrond gewerkt zal worden (bv. learning analytics, toetssystemen). Vervolgens mogen ook alle leden (van de bib over unief tot het middelbaar onderwijs) projectaanvragen indienen om rond de voorgestelde thema’s te werken. Bij ons is iMinds het exclusieve speelterrein van enkele universitaire vakgroepen. Sta mij toe dat mijn tenen als hogeschoolonderzoeker alvast gaan krullen bij de speciale positie die iMinds nu al krijgt/opeist.
Een deelnemer uit Nederland wees mij op het verschil tussen SURF en iMinds. SURF is het gezamenlijke project van al haar leden (universiteiten + hogescholen +  universitaire medische centra + onderzoeksinstellingen + bibliotheken en mbo-instellingen), terwijl iMinds enkel (een beperkt aantal onderzoeksgroepen uit de 5 Vlaamse) universiteiten omvat. We zijn dus nog nog niet aan een samenwerking begonnen, maar er wordt wel al druk gepraat over welke deelnemer het mag uitrollen. Misschien moeten we eerst eens met die samenwerking beginnen alvorens er bepaalt gaat worden wie wat gaat uitvoeren. Ondertussen verliezen we kostbare tijd en lopen we bijna 30 jaar (slik) achter op Nederland.

Conclusie: er zal geen Vlaams platform zal komen

Een spontane samenwerking tussen onze instellingen is uitgesloten. Een mogelijke uitweg is een samenwerking naar Nederlands voorbeeld: een door de overheid geïnitieerd en gesubsidieerd (deels, maar niet exclusief) centrum waarin alle instellingen vertegenwoordigd zijn én participeren.
Maar daar houdt het op. De Vlaamse overheid wil geen initiatief nemen. Of misschien wil ze het stiekem wel, maar is er geen geld. Er komt dus geen Vlaams platform voor digitaal leren. Zoveel is duidelijk.

Arm Vlaanderen.

Note: Deze tekst reflecteert enkel mijn eigen persoonlijke opinie en mag onder geen enkel beding gezien worden als een officieel standpunt van mijn werkgever.

Meer lezen van @drsmetty kan oa. via  http://be.linkedin.com/in/smetty of http://twitter.com/drsmetty

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *